Vol enthousiasme storm jij het terras van De twee Cheetahs in Artis over. Full focus op je einddoel, niemand kan je stoppen. Je rent het bruggetje over, stopt en kijkt omhoog naar de grote glijbaan. “Ik ga van die glijbaan mama”, zeg jij.  “Is goed jongen”, antwoord ik, “Ik zit hier op het terras”.

De eerste stap

Je loopt naar de eerste touwbrug. Een beetje bedremmeld blijf je staan. Ik weet, die touwbruggen zijn niet je favoriet. Aarzelend zet je je voet er op. Om er vervolgens snel weer af te gaan. Je loopt om de touwbruggen heen, op zoek naar een trap? Die is er niet. Het is een aaneenschakeling van touwbruggen en touwladders.

Je komt naar me toe “Wil je me tillen mama?” Ik loop met je mee, pak je op en zet je halverwege een grote touwladder. Ik hoor je piepen. Ik zet je terug op de grond. Ik zie je om je heen kijken en vermoed dat je op zoek bent naar een andere route, maar die is er simpelweg niet. Ik moedig je aan om naar boven te gaan. Het alternatief is een klein glijbaantje in de hoek. Je kijkt er achteloos naar. Ik ga weer zitten op het terras.

Moed

Dapper zie ik je op de eerste touwbrug klimmen. Ik zie dat je trilt. Onzeker zet je je eerste stappen op de brug. Je kijkt naar de glijbaan: de weg naar boven wordt nog een enorme klus. Voorzichtig loop je stap voor stap het touw over. De eerste hindernis is genomen. Aan de andere kant wacht een groot touw-netwerk met de volgende touwladder omhoog. Met grote ogen kijk je om je heen.

Ik ga onder je staan en roep je bemoedigend toe: “Je kan dit lieverd, kijk welk stuk je al hebt gedaan, ik weet dat je dit kan!”

Tree voor tree ga je verder. De 2e fase inmiddels bereikt. Ik zie je kijken naar de laatste hindernis. Een smalle tunnel van touwen omhoog. Onderaan de tunnel komt een stroom kinderen als in een trechter samen. Kinderen krioelen over elkaar heen, voeten en hoofden rakelings langs elkaar. Een meisje steekt huilend haar hoofd door de tunnel. Een moeder duwt een baby in mijn armen en vraagt of ik even wil opletten terwijl zij naar het huilende meisje gaat. Onderaan de tunnel liggen kinderen opgestapeld in het vangnet. Er bungelt een voetje tussen de touwen door en ik hoor een kind schreeuwen: “JUF, z’n voet zit vast!”

Geduld

Je pakt met 2 handen de touwen vast en ik zie je angstig zuchten. Je ogen zoeken de mijne. Ik moedig je aan door te gaan, je bent er nu écht bijna. Je kruipt omhoog de tunnel in, je wordt ingehaald door grote jongens en ontwijkt links en rechts een voet. Ik zie dat je inhoud en de grotere kinderen voor laat. Je wacht. Je laat je niet uit het veld slaan. Opeens lijkt er wat ruimte en kruip je omhoog. Daar ga je.

Het duurt even voordat ik je koppie weer zie. Daar sta je, op het hoogste plateau: “MAAAMAA,” roep je lachend en zwaaiend.

Je bent boven.

Next level

Wanneer je uit de glijbaan schiet zie ik de trots van je gezicht af spatten. Een dikke knuffel, een kus en een aai over je bol: “Goed gedaan jongen, het was heel spannend én je hebt het toch gedaan.” Je lijkt een beetje overrompeld door wat je zojuist gedaan hebt, je kijkt nog eens naar de glijbaan en rent vervolgens enthousiast op de eerste touwbrug af. Daar ga je, ronde 2.

Dit keer ben je 2 x zo snel. Eenmaal boven zwaai je vol trots naar beneden. Wanneer je ditmaal uit de glijbaan schiet lach je in een flits naar me, rent langs me heen, direct naar de eerste touwbrug.

Je kan het zelf.